dinsdag 22 mei 2012

Beersel - Structuurplan Bestuur gaat niet in op Kern van de zaak



Antwoord van burgemeester Hugo Casaer in het debat in de gemeenteraad van 25 april 2012 over de goedkeuring van het GRSP.

Het WEDERwoord van de “drukkingsgroepen”  (dat zijn dus het Actiecomité "Geen Ringweg in Lot" en streekvereniging Zenne en Zoniën) staat hieronder  schuin en in een andere kleur.  Wij komen tot andere conclusies dan de burgemeester. Wie het antwoord van de burgemeester leest, krijgt namelijk stellig de indruk dat men op de kern van onze kritiek niet wenst in te gaan. Oordeel zelf na lectuur van onze argumenten.


De commentaar van “Zenne & Zoniën” en van het actiecomité “Geen ringweg”, steunen op het document “ontwerp –GSP Beersel” voorlopig aanvaard door de gemeenteraad in september 2011.


Vandaag wordt een definitief document voorgelegd dat rekening houdt met de ingestuurde bezwaren en opmerkingen (ook deze van het Vlaams gewest en van de provincie Vlaams-brabant), alsook het daarop betrekking hebbende advies van de Gecoro.


Wij hebben ons inderdaad enkel gesteund op het voorlopige ontwerp, datgene dat beschikbaar gesteld was aan de bevolking in het kader van het openbaar onderzoek. De reden hiervoor is dat wij als burgers geen kopie ontvangen van de versie die het gemeentebestuur ter stemming aan de gemeenteraad voorlegt.
 

De verschillen tussen beide versies mogen trouwens niet worden overdreven : het definitieve is nagenoeg “copy-paste” van het voorlopige.
 

Met onze fundamentele bezwaren tegen het plan (verstedelijking Lot, concentratie van alle last in Lot, geen minimalistische invulling van het VSGB) werd in het defintieve ontwerp alvast Geen rekening gehouden.
 

Bepaalde cijfers in dat definitieve ontwerp blijken wel op merkwaardige wijze af te wijken van diegene die in het ontwerp van september 2011 waren opgegeven (zie hierna).
 

Ook blijkt men bepaalde (al te “expliciete” ?) passages uit het voorlopige ontwerp te hebben weggelaten (vb. het aantal wooneenheden – 188 – die op lange termijn aan Breedveld gepland staan, vb. de passage waarin staat dat men in Lot een “instroom van buiten de gemeente verwacht”, zodat daar andere maatstaven moeten gehanteerd worden qua bevolkingsprognoses ...).

De visie voor het kern- en centrumgebied van Lot is duidelijk omschreven.De bestaande industriezone aansluitend op de dorpskern binnen de wegenis Breedveld-Stationsstraat en Zennestraat hebben een woonbestemming gekregen (vastgelegd in VSGB).


Dat klopt, maar dat is het gevolg van het VSGB.
De facto was trouwens slechts een klein deel van die zone aan Breedveld ingevuld met industrie, de rest wordt de facto gebruikt als landbouwgrond (die industrie - Sofabed, AMP en de doodkistenfabriek - brengt ten andere weinig overlast met zich mee).
 

Zorgwekkend is dat men die zone – weliswaar op lange termijn – wil volbouwen (de 188 wooneenheden…) en dat een grootdistributeur – weliswaar opnieuw in het kader van het VSGB – iets buiten de kern (Laekebeek), wel verder mag uitbreiden.
 

Alle mogelijke waterzieke bouwgronden werden in de eindpresentatie van het VSGB geschrapt en ook dus niet opnieuw opgenomen in het GSP Beersel.
 

Dat er in het kader van het VSGB om deze reden “Over de vaart” en in Sashoek gronden werden geschrapt, zullen wij niet ontkennen.
 

Dat is echter niet het punt dat wij gemaakt hadden: op blz 74 van het GSP wordt nog steeds gesteld dat bepaalde percelen (percelen aan de Kloosterstraat, Zittert & Blokbos) resp. “effectief” en “potentieel” “overstromingsgevoelig” zijn. In onze nota aan de gemeenteraadsleden schreven wij: “Gelet op de ernst van de recente overstromingen, mag toch verwacht worden dat de gemeente eerst het overstromingsrisico verder onderzoekt, alvorens deze percelen [in het GRS] prioritair naar voren te schuiven voor de invulling van haar woonpolitiek?”. Ook hieraan wordt geen gehoor gegeven...
 

De in het gewestplan (KB dd. 1977) voorziene WUG en WRG werden in het GPS Beersel maar gedeeltelijk opgenomen als aansnijdbaar in de planperiode van het GPS, en zijn in het bezit van ofwel de gemeente, ofwel van de sociale bouwmaatschappij WPZ

Dat klopt, maar wie het gewestplan bekijkt, zal vaststellen dat zowat heel Lot (grote delen van de Lakenberg bv.) stond ingekleurd als WoonUitbreidingsGebied- of WoonReserveGebied.

Het gelijktijdig ontwikkelen van al die gebieden was op zich al compleet irrealistisch… Een échte vooruitgang is het gedeeltelijk schrappen hiervan dus niet.


Het aansnijden van deze zones kan dus niet gebeuren door bouwpromotoren maar is onder de volledige controle van het gemeentebestuur. Op die manier kan invulling gegeven worden aan het Vlaamse woonbeleid (GPD) met aandacht voor een doelgroepenbeleid.De cijfers weergegeven in de nota van ZZ zijn uit hun context gehaald, en betreffen WUG+WRG+VSGB (blz 39 t./m 43 geven de juiste visie en fasering).
 

In onze nota aan de gemeenteraadsleden deden wij opgave van het aantal wooneenheden dat de gemeente op korte (0-5 jr.) en middellange termijn (5-10 jr.) in het (voorlopige) ontwerp van GSP had opgegeven als bijkomend in te vullen woongebieden:

 De totalen spreken vanzelf:

Lot: 207 wooneenheden;
Alsemberg: 14 wooneenheden + seniorenvoorzieningen;

Beersel: 10 à 15 wooneenheden;
Dworp: 23 wooneenheden;
Huizingen: 0 wooneenheden (zie blz. 41 R.D.).

Deze cijfers kunnen rechtstreeks uit het ontwerp van GSP worden afgelezen (richtinggevend deel blz. 41) en werden niet uit hun context gehaald.



De cijfers in het definitieve ontwerp van GSP verschillen wat Lot betreft op een aantal punten. De gemeente blijkt nl. wat geschoven te hebben met de cijfers tussen meerdere gebieden te Lot (zie voetnoot 1 verder in de tekst). Daarnaast is er een opmerkelijke daling van het aantal wooneenheden voor het gebied WU 9, waarover hierna meer...
 

Afgaande op die cijfers komt men tot de volgende totalen van op korte en middellange termijn te ontwikkelen wooneenheden:

Lot: 144 wooneenheden;
Alsemberg: 14 wooneenheden + seniorenvoorzieningen;
Beersel: 8 wooneenheden;
Dworp: 22 wooneenheden
Huizingen: 0 wooneenheden.
 

Voetnoot 1 De verschuivingen zijn de volgende:
- In WU 4 (gebied ten noorden van Zittert, aan Blokbos) worden nu 40 ipv 52 wooneenheden voorzien. Daartegenover staat dat in WU3 (gebied ten Zuiden van Zittert) nu 50 ipv 45 wooneenheden worden voorzien;
- VSGB 6 – een zone gelegen aan de Beerselsestraat – waar op middellange termijn 45 wooneenheden waren voorzien, wordt niet langer weerhouden (het Vlaams gewest had die zone in de uiteindelijke versie van het VSGB immers geschrapt). Kennelijk wenst het gemeentebestuur een en ander nu (opnieuw) in Lot te compenseren door de zone “over de vaart” “VSGB 1”  wel in de planning op middellange termijn op te nemen (30 wooneenheden). Merkwaardig is ook dat er van de vermelding dat deze laatste zone slechts ontwikkeld zou kunnen worden “in overleg met Vlaams Gewest gezen recente overstromingsproblematiek” in het definitieve ontwerp geen sprake meer is...

 

Zelfs wanneer wij van die aangepaste cijfers (zouden) uitgaan, dan blijven de vragen die we aan de gemeenteraardsleden gesteld hebben, hun geldigheid bewaren:
 

“Waarom is de gemeente niet bereid om de lasten op een eerlijke manier te spreiden over àlle deelgemeenten? Iedereen weet toch dat men hier (net zoals in Alsemberg trouwens), al meer dan zijn deel heeft gedaan qua inspanningen op het vlak van woonbeleid en woonverdichting ?”
 

Het lijkt ons echter onjuist om zomaar te besluiten dat men op grond van het definitieve plan op korte en middellange termijn “slechts” 144 bijkomende wooneenheden in Lot voorziet, waar dit er volgens het oorspronkelijke nog 207 waren.
 

Het verschil in cijfers lijkt grotendeels toe te schrijven aan de opmerkelijke daling van het aantal op korte termijn voorziene wooneenheden voor de site “WU 9” in Lot: in het oorspronkelijke ontwerp nog 53 (op zich reeds een onderschatting, zie hierna), thans enkel nog 12.
 

Bij nader inzien lijken de opstellers van het plan immers gewoon de vergelijkingsbasis te hebben aangepast ! Het voorlopige ontwerp verwees onder de noemer “WU9” zowel naar de oude Cartonnexsite als naar het braakliggende terrein dat ten oosten daarvan ligt (zie kaart R-4 die dit als een van de “concrete projecten” aanduidt). Men verwees in die context ook expliciet naar het “strategisch project Wolfabriek”.
 

Het definitieve ontwerp verwijst voortaan echter enkel nog naar het voornoemde braakliggende terrein (zie de aangepaste kaart R-4 waarin merkwaardigerwijs elke verwijzing naar “concrete projecten” is weggelaten ...).
 

Het heeft er dus alle schijn van dat men in het definitieve ontwerp het project Wolfabriek - zoals dat recentelijk door de gemeente bij BPA werd gestemd – heeft weggelaten.
 

Het is nochtans dat project dat in Lot het verst gevorderd is (de afbraakwerken zijn net beëindigd) en dat op zeer korte termijn de grootste impact zal hebben. In een interview met Het Nieuwsblad (26.11.2011) gaf de Brusselse projectontwikkelaar aan dat er “100 woongelegenheden” zouden komen en nog een aantal lofts.
 

Wanneer men daarmee rekening houdt, dan is de 207 wooneenheden waarvan wij eerder spraken, wellicht nog een schromelijke onderschatting...
 

Het GPD (Grond- en Pandendecreet) verplicht ons uitspraken te doen inzake het bouwrijp maken van WUG en WRG binnen het GPS, in functie van de reële woonbehoefte.

Dit klopt, maar noch het GPD noch het VSGB verplichten de gemeente Beersel om al die inspanningen in één deelgemeente te concentreren…
 


Er worden geen zachte gebieden omgezet naar woongebied. Enkel WUG en WRG aansluitend op de kern van de deelgemeenten, of gesitueerd in de kernen zelf, worden hier in aanmerking genomen. Er is vooral aandacht gegaan naar het bestendigen en optimaliseren van open ruimteverbindingen, waardoor sommige WUG of WRG niet worden weerhouden voor bebouwing.
 

De VLM heeft trouwens een afzonderlijke brief gezonden ter ondersteuning van de voorgestelde benadering van het niet invullen van sommige WUG/WRG.
 

De tabel toont aan dat +/-200 bijkomende woongelegenheden binnen de planperiode van het GPS Beersel kunnen gerealiseerd worden, en dit enkel in het kader van het doelgroepenbeleid, met inbegrip van ‘wonen in eigen streek’.
 

Er wordt niet geantwoord op onze kritiek ten gronde: zoveel bijkomende woongelegenheden bouwen in één al bij al beperkt deelgebied van de deelgemeente Lot zet de leefbaarheid en het samenhorigheidsgevoel er op het spel.
 

Voorrang geven aan mensen die hier al een woning hebben of huren (= wonen in eigen streek), is goed, maar indien die bestaande woningen vervolgens worden ingenomen door mensen van buitenaf, dan zit men netto toch nog met een zeer belangrijke instroom van buitenaf.
 

Beter is het te focussen op de systematische uitoefening van het voorkooprecht en op reconversie van de bestaande woningen om deze dan prioritair toe te wijzen.
 

Alle pijlen afgeschoten op het VSGB kunnen nu niet opnieuw gericht worden op het GPS Beersel.
 

De gemeente had de keuze tussen een minimalistische en een maximalistische invulling van het VSGB.
 

Zij heeft gekozen voor een maximalistische invulling die het door het VSGB geschapen onderscheid tussen het “binnengebied” (Lot) en het “buitengebied” (de andere deelgemeenten) alleen maar verscherpt.
 

Bij de opmaak van het GRUP VSGB heeft het gemeentebestuur telkens via de gemeenteraad gereageerd. Voor sommige aspecten binnen het definitief vastgesteld GRUP is een beroep aangetekend bij de Raad van State. Een GPS Beersel opstellen, waarin de elementen uit het VSGB door ministerieel besluit vastgelegd, niet opgenomen zouden worden in het GPS Beersel, is uitgaan van een foutieve en onwettelijke benadering. Hetgeen niet wegneemt dat binnen het ontwerp GPS Beersel over elementen van tegenstelling, telkens suggesties worden gemaakt aan de hogere overheid. Het gemeentebestuur reageerde bij de Raad van State zowel inzake de
fameuze ringweg, als inzake de afbakening van de groen –en landbouwzones binnen het GRUP VSGB, door de nadruk te leggen op BAG (bouwvrije agrarische gebieden).
 

Het gemeentebestuur heeft inderdaad nadat de zogenaamde “drukkingsgroepen” dat hebben gevraagd, een verzoek tot nietigverklaring ingesteld tegen het GRUP VSGB..
 

Daarin verzet het bestuur zich enkel tegen (i) de ringweg en (ii) de omzetting van de Zennebeemden (gebied tussen de kern van Beersel en de snelweg) van (deels) landschappelijk waardevol agrarisch gebied naar natuurgebied.
 

De gemeente verzet zich dus NIET tegen de nefaste bouwpolitiek die het VSGB voorschrijft voor de deelgemeente Lot of tegen de opname van Lot in het VSGB ...
 

Het geeft trouwens geen pas om zich in die context steeds te verschuilen achter het “bevel van hogerhand” (het Vlaams Gewest met zijn GRUP –VSGB): elkeen die de moeite doet om het GRUP-VSGB te lezen, zal vaststellen dat het Vlaamse Gewest om de zoveel bladzijden herhaalt dat het GRUP-VSGB in overleg met de gemeente werd opgemaakt … Dit heeft de gemeente in het verleden bv. toegelaten om Huizingen uit het VSGB te halen.
 

Zeer belangrijk is en we willen dat dubbel onderstrepen, dat in het bindend gedeelte van het GPS Beersel er geen enkel voorstel voor een RUP is opgenomen inzake de de ringweg in Lot.
 

In het GPS Beersel wordt voorgesteld om te zoeken naar een nieuw lokaal bedrijventerrein indien de nood daartoe zou aangetoond worden (alle KMO’ en industriegebieden volgens BPA, gewestplan en VSGB ingevuld). In dat geval worden randvoorwaarden gesteld als daar zijn: aansluiten bij de bestaande bebouwde ruimte, goede ontsluiting, watertoets, …. Nergens wordt vermeld dat nieuwe bedrijventerrein zullen ontwikkeld worden in Lot.
 

Ons punt van kritiek luidde dat de gemeente aangeeft dat indien zij elders bedrijventerreinen herlokaliseert, zij de verloren oppervlakte zal compenseren en daarbij in de eerste plaats verwijst “naar de uitbreidingen die ondermeer in het kader van het VSGB voorzien worden” ( dus in Lot). Ook de definitieve versie van het GSP bevat deze passage (blz. 56 Richtinggevend Deel).
 

Voor de woondichtheden en aantal bouwlagen binnen de afbakening van de verschillende deelkernen worden suggesties gedaan. Woondichtheden tussen 15 en 25 woningen/ha blijven zeer beperkend, en er kan enkel verder uitvoering gegeven worden door middel van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP). Dat geldt ook voor het aantal bouwlagen waar de algemene regel, vandaag ingeschreven in het gewestplan, behouden blijft. In het bindend gedeelte is geen enkel voorstel opgenomen om een specifiek RUP op te stellen dat verandering zou kunnen brengen inzake het aantal bouwniveaus.
 

De bouwverordening van de Randfederatie is nog steeds van toepassing op het grondgebied van de gemeente Beersel. Ook in het kader van het VSGB kan enkel een verhoging van het aantal bouwlagen enkel via een gemeentelijk RUP en deze aangelegenheid blijft dus volledig onder de controle van de gemeenteraad.
 

Dit werd reeds herhaaldelijk uitgelegd. Dit is duidelijk een geval van “wat baten kaars en bril …”. Spijtig genoeg is daar geen medicijn tegen.
 

Het is juist dat er over het verhogen van de bouwlagen afzonderlijk moet worden beslist via een Ruimtelijk UitvoeringsPlan.
 

Dat neemt echter niet weg dat de principes voor de opmaak van die RUPs in het GSP zouden moeten worden vastgelegd.De principes die de gemeente hier vastlegt, zijn onvoldoende en onbillijk.
 

Zij zijn onvoldoende omdat de gemeente zich geen enkele inhoudelijke beperking oplegt om de bouwlagen op te trekken (wij hadden voorgesteld dat de gemeente in het RSP zou voorzien dat het optrekken van de bouwlagen maar mogelijk zou zijn om op die manier de kroonlijst van nieuwe woningen op de kroonlijst van de bestaande woningen in de rij af te stemmen; dit werd zonder meer verworpen).
 

Zij zijn onbillijk omdat men andere principes toepast voor Lot dan voor de andere deelgemeenten: in Lot behoudt de gemeente zich het recht voor om bij RUP de maximale bouwhoogte op te trekken naar drie woonlagen + een vierde woonlaag in de dakverdieping.
 

 Uiteraard heeft het niet veel zin om als gemeente in een dergelijk recht te voorzien, indien men er later bij de stemming van de verschillende RUPs, toch geen gebruik van wil maken...
 

Dat deze aangelegenheid onder de “controle” van de gemeenteraad zou blijven, beschouwen wij dus zeker niet als een garantie (Wij nemen wel akte van de bevestiging door bepaalde partijen dat zij hiervan geen gebruik zullen maken).
 

Inzake zwaar vrachtvervoer, is de problematiek niet beperkt tot het grondgebied van de gemeente Beersel. Als de violen in Halle, S.-P.-Leeuw en Beersel niet gelijk gestemd worden is zal het verkeersinfarct een realiteit worden.
 

De minister van mobiliteit heeft nu toch wel een duidelijke opdracht gegeven voor het bestuderen van een duurzame oplossing om het vrachtvervoer in de regio in goede en veilige banen te leiden. Het departement MOW heeft een procedure lopende om een studiebureau aan te stellen, om de ganse regionale problematiek in kaart te brengen en oplossingen uit te werken, in overleg met een intergemeentelijke begeleidingscommissie.
 

Conclusie: vanuit de gemeente Beersel werd de problematiek voldoende aangekaart !!!

 Alleen jammer dat men dat studiewerk niet heeft uitgevoerd alvorens men de regionale nummer 1 inzake grootdistributie naar Lot heeft laten komen …
Dan was de bewoners van de Zennestraat nu heel veel miserie bespaard gebleven…

 

Inzake waterbeheer van onze lokale waterlopen is in het GPS voorzien dat er zal gezocht worden naar nieuwe overstromingsgebieden.
 

De toepassing van het integraal waterbeheer verloopt via het vergunningenbeleid, door middel van de afweging van de watertoets, en de toepassing van de vigerende stedenbouwkundige verordeningen. Voor grotere projecten maakt de watertoets deel uit van het MER-onderzoek.
 

Het gemeentelijk structuurplan bepaalt de visie en dus ook het gemeentelijk beleid op middellange termijn inzake de ruimtelijke ordening op haar grondgebied. 

Dit is geen bestemmingsplan, en vervangt ook niet het gewestplan en ook niet de bestaande bestemmingsplannen. De Vlaamse regelgeving inzake ruimtelijke ordening blijft integraal van toepassing (GPD, VCRO, …).

Hiermee zijn wij het volledig eens. Wij zouden er evenwel aan willen toevoegen dat het structuurplan slechts de gemeente bindt en niet de hogere overheden (het is dus – anders dan bepaalde partijen beweerd hebben – niet “bepalend voor alle overheden”).
 

Indien men dus als gemeente een protest wenst kenbaar te maken ten aanzien van de initiatieven van het Vlaamse Gewest, dan is het goedkeuren van het structuurplan daarvoor niet de geëigende weg.
 

 Daarvoor bestaan andere kanalen, zowel formele (een verhaal bij de Raad van State tegen alle aspecten van het VSGB bv.) als informele (het permanente overleg tussen het gewest en de gemeente waarvan dit GRUP-VSGB het resultaat is).

Hugo Casaer.


Zenne en Zoniën & het actiecomité “Geen ringweg in Lot”