dinsdag 13 mei 2014

Windmolens geen Mirakeloplossing

Oskar Lafontaine tegen windturbines



In een gastbijdrage in de Frankfurter Allgemeine Zeitung (FAZ) pleit Oskar Lafontaine er voor stroomproductie door windmolens te stoppen. Die vernietigen cultuurlandschappen, onder het voorwendsel het milieu te beschermen. 

Een opmerkelijke ‘vrije tribune’ van politicus Oskar Lafontaine (° Saarlouis, 16 september 1943). In een ‘Gastbeitrag’ in de FAZ van 12 december 2013 pleit hij ervoor te stoppen energie te produceren met windturbines. Windenergie geldt voor velen als een technologie van de toekomst, maar die goedbedoelde ecologische energieproductie vernietigt cultuurlandschappen, veroorzaakt volgens hem meer energieproductie in steenkoolcentrales, en is dus uiteindelijk verantwoordelijk voor een verhoging van de CO2-uitstoot.

Een samenvatting van zijn betoog: 

Onder het voorwendsel het milieu te beschermen, wordt het landschap vernietigd. Het is tijd de energieproductie door die ‘staalreuzen’, die een hoogte van 200 meter kunnen bereiken, te stoppen. De vernietiging van het Duitse cultuurlandschap gaat onverminderd door. Niet te verwonderen, want voor een windmolen op een gemiddelde standplaats in Duitsland, die jaarlijks ongeveer zes miljoen KWh produceert, wordt een jaarlijkse pacht van 60.000 euro betaald. Op windrijke standplaatsen in Noord-Duitsland kan dat oplopen tot 90.000 euro voor de grondeigenaar. Volgens het ministerie van economie bedroeg het aandeel van windenergie in de stroomproductie in 2012 1,3%.

 Moeten we hiervoor onze cultuurlandschappen vernietigen? Zelfs als het aandeel kan verdubbeld wordt tot 2,6%, zou het nog niet te rechtvaardigen zijn. Men moet geen energie-expert zijn om onmiddellijk te zien dat de CO2-reductie door windenergie eenvoudig door ander technologieën kan vervangen worden. Maar niet eens de CO2-balans van de windenergie is vandaag een argument ten gunste ervan. Meer en meer stemmen wijzen erop dat ze tot een verhoging van de CO2-uitstoot leidt. De oorzaak is dat gasturbines niet meer rendabel zijn, en er meer elektriciteitscentrales op steenkool werken. Het subsidiesysteem voor hernieuwbare energie zorgt er dus voor dat elke windmolen meer kolen doet verstoken en zo niet tot een lagere, maar tot een hogere CO2-uitstoot leidt.

Daarna citeert hij de schrijver Botho Strauss, die het heeft over een brutale vernietiging van het landschap, een vernietiging van alle dichter-blikken van de Duitse literatuur, van Höldering tot Bobrowski. Lafontaine haalt ook nog een beeldenroute aan (‘Steine an der Grenze’, met foto’s ervan te vinden via Google) die ontstaan is aan de Frans-Duitse grens in ‘zijn’ Saarland, waarbij 32 beelden werden opgericht door beeldhouwers uit 16 verschillende landen, onder impuls van beeldhouwer Paul Schneider, en die het landschap in de Landkreis Merzig een eigen gezicht gegeven hebben.

Hij haalt ook schrijver Alfred Gulden aan, die als geen andere dit landschap bezongen heeft. Maar nu komen er daar, in de directe omgeving van die beeldenroute, dertien reuze-windmolens, waardoor het uitgesloten is dat de wandelaar zich daar nog onbezwaard, licht en vrij kan voelen, zoals Alfred Gulden het wandelen in dat landschap beschrijft.
 
Verder haalt Lafontaine nog een citaat aan van de dirigent Enoch zu Guttenberg, uit een vroeger artikel in de FAZ: “het gaat hier niet meer over de natuur en haar bescherming, het gaat hier mogelijk zelfs alleen maar om geld”. (NvdR: dit komt uit een artikel van zu Guttenberg in de FAZ van 13.05.12, waarin deze aankodigt uit de ‘BUND’ – Bund für Umwelt und Naturschutz Deutschland - te stappen, die hij zelf nog 37 jaar geleden mee hielp oprichten. Hoofdreden van zijn vertek: de steun van de BUND aan de massale bouw van windturbines die hele landschappen veranderen in een soort Herbert George Wells-taferelen, als reuzengrote Marsrobotten die de aarde inpalmen, zoals beschreven in zijn roman ‘Oorlog der Werelden’ uit 1898.)

Oskar Lafontaine vindt dat de windenergiebranche veel geleerd heeft van de industrielobby wat het beïnvloeden betreft, meer zelfs: de koopbaarheid van politieke beslissingen. In het ontschuldigste geval worden toelagen aan kinderopvang of sportverenigingen in het vooruitzicht gesteld om de toelating door lokale burgemeesters en gemeenteraden te bekomen. Wanneer de burgers lucht krijgen van de plannen is het meestal al te laat en de goedkeuringsprocedure al te ver gevorderd. Daarom stelt hij dat vooraf een bindend referendum verplichtend zou moeten zijn in elke gemeente waar windmolens gepland zijn.

Tot slot vreest hij dat poëzie en schoonheid niet meer zullen volstaan als argument om deze brutaliteit te stoppen. En daarom probeert hij het anders: het is economisch en technisch zinloos, op een weg verder te gaan, waarbij de CO2-uitstoot verhoogt, de prijs voor elektriciteit doet stijgen, terwijl het doel door intelligentere techiek eenvoudiger en goedkoper kan bereikt worden.

Zover Lafontaine.

Geen windmolens nodig


Ook in België worden steeds meer gasgestookte centrales gesloten, omdat de prijs van gas gestegen is tegenover kolen en geen rendabele exploitatie meer mogelijk is als piekcentrale, wanneer er onvoldoende wind is en de windmolens geen stroom leveren. De benodigde piekcapaciteit zou moeten komen uit import van stroom, ondermeer uit de vele nieuw gebouwde Duitse… steenkoolcentrales. De beste steenkoolcentrale veroorzaakt een uitstoot van 740 gram CO2/kWh, een vergelijkbare moderne gascentrale minder dan 400 gram.

De oproep van Lafontaine houdt ook verband met de reuze-winmolenparken in Duitsland. Daar worden hele landschappen ingenomen door enorme windmolenparken, soms met tientallen dicht bij elkaar staande windmolens, die inderdaad een landschap oproepen vol reuzengrote Marsrobotten. En het zouden er nog veel meer kunnen worden. Na de ramp van Fukushima besliste bondskanselier Angela Merkel dat tegen 2020 alle kerncentrales dicht moesten. Om al die kernenergie te vervangen, zou Duitsland nog meer de kaart van de zonne- en windenergie trekken. De doelstelling is om tegen 2020 35 procent van alle energie uit hernieuwbare energiebronnen te halen, in plaats van de aanvankelijke 25 procent. Om de investeringen in groene energie te stimuleren, werden wettelijke afspraken gemaakt over de prijs die bedrijven en particulieren voor hun groene stroom krijgen. Die is voor 20 jaar vastgelegd.

 Maar de groenestroomproducenten worden eigenlijk te veel betaald. Op de energiemarkt is ‘conventionele’ stroom duidelijk goedkoper. En omdat er steeds meer groene stroom geleverd wordt, zakt de energieprijs op de markt zelfs. Maar toch blijven de groenestroomproducenten hun wettelijk vastgelegde prijs krijgen. Het verschil moet bijgepast worden door particulieren en bedrijven: zij moeten een ‘groenestroombijdrage’ betalen. Op die manier is een subsidiestroom richting groene bedrijven op gang gekomen die vorig jaar geschat werd op 14 miljard euro en tegen 2022 kan oplopen tot 100 miljard, aldus berekeningen van de universiteit van Keulen. De Duitse gezinnen zagen hun energiefactuur daardoor almaar stijgen: zij betalen nu al 28 eurocent per kilowattuur (in België is dat ongeveer 22 cent) waarvan 5,3 cent ‘groenestroombijdrage’ is. Vorig jaar bedroeg die bijdrage nog maar 3,6 cent. (Bron: De Standaard, 15/07/13)

In zijn artikel van 13.05.12 geeft Enoch zu Guttenberg aan dat we helemaal geen landschapsvernietigende en massaal vogels verslindende windturbines nodig hebben als meer ingezet wordt op energie-efficiëntie. Alleen al door een verbod op de stand-by-modus in elektronische toestellen zou in Duitsland jaarlijks 20,5 miljard KWh kunnen bespaard worden, vervanging van oude wasmachines en koelkasten door nieuwe energiezuinige exemplaren vermindert het verbruik met 55,7 procent.


Bovendien een zeer dure technologie

Ook de Belgische elektriciteitsfactuur dreigt de komende jaren flink duurder te worden. In de periode 2013-2020 moeten de gezinnen en bedrijven via hun energiefactuur 5,7 miljard euro extra bijdragen, alleen al voor de steun die via groenestroomcertificaten aan windparken wordt gegeven. Van die 5,7 miljard euro vloeit 3,5 miljard euro naar de windparken op zee. Dat berekende studiebureau SIA Partners, zo schrijven De Tijd en L’Echo zaterdag 22 juni ‘13. Dit jaar bedraagt de steun aan de windenergie 350 miljoen euro. Als het beleid niet verandert, loopt dat in 2020 op tot 1,1 miljard euro.

Het Vlaamse aandeel in de rekening voor zonnepanelen, windmolens en biomassacentrales stijgt voor het eerst boven 1 miljard euro. Dat leert een nieuwe studie van het Vlaamse adviesorgaan SERV. Het cijfer bewijst dat de laatste jaren de factuur van groene stroom is geëxplodeerd, zo melden Het Laatste Nieuws en De Morgen op 7 november ‘13. In 2008 ging het om 228 miljoen euro. Vorig jaar was dat al bijna verviervoudigd. En dit jaar wordt de grens van 1 miljard euro doorbroken. De kosten worden doorgerekend aan de elektriciteitsverbruikers: de gezinnen, de kmo’s en de grote bedrijven. In de praktijk zijn het vooral de eerste twee die betalen via bijdrages op hun elektriciteitsfactuur. Een gemiddeld gezin moet jaarlijks tussen 80 en 120 euro extra ophoesten.

Uit de jaarrekeningen van Belwind, de grootste exploitant van windmolens in de Noordzee voor onze kust, blijkt dat tussen 1 april 2011 en 31 maart 2012 90,5 miljoen euro omzet binnenkwam. Slechts een derde daarvan is afkomstig uit de verkoop van opgewekte elektriciteit. Tweederde komt van de opbrengst uit groenestroomcertificaten. Het leverde een operationele winst op van 33 miljoen euro. Volgens schattingen van de energieregulator CREG zullen de zeven windmolenparken in de Noordzee de consument de komende twintig jaar minstens 14 miljard (!) euro kosten. Zoals Jean-Marie Dedecker het zo plastisch kan zeggen: “Die offshore parken zijn jackpotten voor de uitbaters maar driearmige bandieten voor de verbruikers en de belastingbetalers.” (Op zijn politieke blog, 25 nov ’13).

Wie durft hier tegen windturbines ingaan?

De sp.a heeft een antwoord bedacht op de stijgende energieprijzen: (tijdelijk) de BTW verlagen op de energiefactuur. Zo blijven de superwinsten van de eigenaars van installaties voor de productie van hernieuwbare energie buiten schot. Zijn de banden van Vande Lanotte dan toch nog zo sterk met die sector, of gaat het hem vooral om behoud van tewerkstelling in Oostende? Ziet men hier oude linkse kameraden als Freddy Willockx of Louis Tobback een dergelijk standpunt zoals Lafontaine innemen?

Over Oskar Lafontaine

Hij was geruime tijd minister-president van Saarland (1985-1998), even Duits Bondsminister van Financiën (oktober 1998-maart 1999, in een rood-groene coalitie), eerst voorzitter van de SPD (1995-1999) en daarna co-voorzitter van Die Linken (juni 2007-mei 2010). Nu is hij fractievoorzitter van Die Linken in het Saarlands deelstaatparlement.

Titel van zijn bijdrage: ‘Wie Windräder die Umwelt zerstören’ (zover het artikel nog vrij beschikbaar is, en ondertussen niet in het betalend archief terecht is gekomen)