zondag 1 februari 2015

Op Pad naar Meertaligheid



Wij en zij in de Rand

Het is tegenwoordig nogal trendy om alles te herleiden tot een vorm van “ wij –zij denken”. Niets zo nobel als het wegvegen van alle verschillen tussen mensen. Verschillen erkennen en herkennen dreigt weldra misdadig te worden.

We moeten in de eerste plaats verbinden en bondgenoten worden. Dat is het nieuwe credo, ook als het gaat over de Vlaamse Rand rond Brussel in het algemeen en het taalgebruik daar in het bijzonder.

Ik was medeoprichter van de vzw De Rand en heb ook het ontstaan van de Randkrant persoonlijk meegemaakt. Daarom wil graag in alle bescheidenheid enkele uitgangspunten in herinnering brengen die geleid hebben tot het ontstaan van beide initiatieven, die trouwens aanvankelijk geheel los stonden van elkaar. De filosofie die achter de oprichting van de vzw De Rand zat, is vandaag, in gewijzigde omstandigheden weliswaar, nog steeds waardevol. De vanzelfsprekendheid waarmee wij in de loop der jaren hebben moeten accepteren dat ze haar opdracht eigenlijk vervult omdat anderen, met name de gemeentebesturen in de faciliteitengemeenten, nalaten zich in te passen in de Vlaamse gemeenschap (wat dus weer een  vorm van wij-zij denken is) is eigenlijk niet normaal.

De vzw De Rand was in de eerste plaats bedoeld om de Vlamingen in de faciliteitengemeenten mee te laten participeren in het cultuur-, sport- en jeugdbeleid dat de Vlaamse overheid over heel het Vlaamse Gewest uitrolde en waar de betrokken (faciliteiten)gemeentebesturen, waarin Franstaligen het voor het zeggen hadden, niet of met grote tegenzin aan deelnamen. De vzw De Rand had dus in essentie tot doel in de plaats te treden van lokale overheden die zich niet wensten te integreren in het cultuurbeleid van hun regio. (en consequent doorgedacht:de opdracht om het “wij –zij denken” te milderen).

De Randkrant stond daar zoals gezegd aanvankelijk volkomen los van en werd pas later structureel in de vzw De Rand geïntegreerd. Het was de toenmalige Vlaamse minister-president Van den Brande die de opstart ervan doordrukte. Het uitgangspunt was dat anderstaligen  en zelfs de Vlaamse inwoners, in vele faciliteitengemeenten niet behoorlijk geïnformeerd werden over wat er bij hen op het gebied van jeugdwerking, sport, cultuur, welzijn, enz. gebeurde.

    Concreet en simpel gezegd: men kreeg er bijvoorbeeld het toen militant francofone gratis weekblad “Vlan” in de brievenbus, terwijl de Vlaamse “Streekkrant” er in sommige wijken of zelfs hele gemeenten, niet werd bedeeld. Het doel van de Randkrant was dus tegelijk Vlamingen te informeren en anderstaligen te prikkelen om zich minimaal te integreren (en het door “Vlan” en andere Franstalige media aangewakkerde “wij –zij denken” in de Rand te milderen). Er werd ook beslist om De Randkrant huis aan huis te verspreiden in alle aan Brussel grenzende Vlaamse gemeenten. De oplage bedroeg meteen meer dan 180.000 exemplaren.

Twee kanttekeningen hierbij:

Door Franstaligen beheerste gemeentebesturen stonden in die tijd weigerachtig tot zeer afwijzend tegenover samenwerking met de Vlaamse overheid. Die Franstalige argwaan is in de loop der jaren wel afgezwakt maar nog steeds niet volledig verdwenen.

Ik heb helemaal geen zicht op de kostprijs van De Randkrant met haar (te) hoge oplage, maar men kan zich afvragen of die kostprijs wel in verhouding staat tot het gewenste resultaat: ook anderstaligen te informeren over wat er in de Vlaamse Rand rond Brussel op cultureel, sociaal en economisch vlak gaande is. Bovendien zijn de informatie- en communicatiemogelijkheden sinds de oprichting van De Randkrant zodanig uitgebreid, dat men zich kan afvragen of de vzw De Rand zich niet moet bezinnen over andere manieren om anderstaligen in de Vlaamse Rand te bereiken en te informeren. Met grotere impact en minder kosten. Ik twijfel er niet aan dat  de vzw De Rand zich hier onafgebroken voor inzet en, ondanks opgelegde besparingen, voldoende creatief talent in  huis heeft om constant te vernieuwen.

In Brussel Deze Week van donderdag 15 januari houdt Vlaams Parlementslid Katia Segers een vurig pleidooi tegen de opgelegde besparingen bij de vzw De Rand en bij De Randkrant in het bijzonder, onder de mysterieuze, cryptische kop “Nederlands in Rand moet wij-zij-denken overstijgen”.

Ik ben het volmondig met haar eens dat Nederlands de standaard moet zijn in De Rand.
Ik vermoed wel dat zij de impact van De Randkrant bij anderstaligen overschat. Ik begrijp ook niet op welke wetenschappelijk bewijzen, onderzoek of vermoedens haar stelling is gebaseerd dat de Vlaamse regering “de heterogeniteit van de bevolking enkel benadert vanuit een achterhaalde wij-zij visie”.

Ik heb alle begrip voor de bezorgdheid om het voortbestaan van De Randkrant. Maar daaraan meteen een zekere bekrompenheid koppelen in hoofde van de Vlaamse regering lijkt me ver gezocht. Goede intenties (in de zin van “als het goed gaat met Brussel, gaat het ook goed met de Rand”) zijn waarschijnlijk sloganeske veralgemeningen die niet volstaan als argumentatie.

Wij zijn er altijd van uitgegaan dat de Rand zich in vele opzichten van Brussel kan, wil, mag en moet onderscheiden. Ja, wij bezondigen ons aan het verafschuwde wij-zij denken. Wie niet?