dinsdag 8 december 2015

Zoniënwoud meer en andere boomsoorten



Zoniënwoud meer en andere boomsoorten
De oude beuken waarvoor het Zoniënwoud bekendstaat, hebben het erg moeilijk met het veranderende klimaat. Dus voorziet Leefmilieu Brussel in de komende tijd de aanplant van beter aangepaste soorten als haagbeuken, wintereiken en kastanjelaren. Het woud zal in de toekomst de helft minder beuken tellen.


Zoniënwoud in de toekomst niet alleen meer beukenwoud (© natuurenbos.be)
De gemiddelde temperatuur in Brussel zal door de opwarming van de Aarde stijgen met 2 à 4 graden. Het weer zal vaker extreem zijn, van hagelstormen en winterstormen tot droogte en hittegolven. 
Zeker met dat laatste kan een beuk moeilijk om. Om goed te groeien hebben beuken een regenachtig voorjaar en een niet te warme zomer nodig. Drie kwart van de bomen in het Zoniënwoud zijn beuken, 16 procent zijn eiken. 
De groei van de beuken vertraagt sinds de jaren zeventig, en dat weet Leefmilieu Brussel al jaren. Daarom is het milieuagentschap op zoek naar nieuwe boomsoorten die beter zullen gedijen in het veranderde Belgische klimaat.
Lariksen en wintereiken

Het agentschap wil de bomen in het Zoniënwoud diversifiëren en plant daarom nieuwe bomen die het veranderende klimaat aankunnen: van haagbeuken en wintereiken tot ahorns, pijnbomen, lariksen en kastanjebomen.
In het nieuwe beheerplan wordt het aantal beuken met 53 procent verminderd. De beuk zal vooral op de koelste plekjes van het woud bewaard blijven: in de valleien en dalen. 
Hoewel het Zoniënwoud bekend staat om zijn 'beukenkathedraal', zal die de komende jaren dus langzamerhand verdwijnen. "Als we nu nieuwe beuken planten, zijn die volwassen tegen 2115, en pas onderdeel van de beukenkathedraal tegen 2050", zegt de studie. Tegen dan zal de beuk het uiterst lastig hebben om zich nog in het woud te handhaven.