donderdag 27 april 2017

Dorpskern Alsemberg verwacht fotografen

Maak je graag een originele fotoreeks in het kader van de fotowedstrijd van Zenne en Zoniën? Dan vind je heel wat inspiratie in de Pastoor Bolsstraat en in de kern van Alsemberg.

Bij ONroerend Erfgoed schrijven ze hier over:

Alsemberg wordt gedomineerd door de halverwege een heuvelrug ingeplante laatgotische en in de periode 1862-1906 ingrijpend gerestaureerde Onze-Lieve-Vrouwkerk. Haar monumentale voorkomen wordt verklaard door haar ontstaan als votiefkerk, in 1134 gesticht door de Brabantse hertog Godfried met de Baard die hiertoe de abdij van Kamerrijk, vertegenwoordigd door de proosdij van het Heilig Graf van de Kapellekerk in Brussel, rijkelijk begiftigde met onder meer een mansus (12 bunder) grond, te identificeren met de huidige 'kerkenberg', waarop de kerk werd gebouwd.

Deze, in vergelijking met andere parochies, late stichting verklaart de merkwaardige dubbelstructuur van de dorpskern. Onderaan de heuvel, op de linkeroever van de Molenbeek, ter hoogte van de belangrijke, driesvormende kruising van de Nijvel-Brusselweg, de Halleweg en de weg naar Rode, lag de oudste kern rond het hof van Alsendale, wellicht in oorsprong een feodale motte, later hof van plaisantie en uiteindelijk dorpskasteel dat in 1877 werd gesloopt.

Een tweede kern kwam tot ontwikkeling op de heuvel, aan de overzijde van de beek rond de in 1134-1155 opgerichte Onze-Lieve-Vrouwkerk, die vooral in de 14de en 15de eeuw als druk bezocht bedevaartsoord een belangrijke groeipool vormde. De intensieve bebouwing omvatte naast typische kerkelijke voorzieningen zoals cure, kapelaanswoningen, kosterwoning en gasthuis, voornamelijk herbergen en brouwerijen, allen cijnsplichtig aan de kerk aangezien gans de 'berg' tot het primitief dotatiegoed behoorde. Dit verklaart waarom de kerk bij de eerste kadasterplannen (1836) nog grote percelen grond bezat.

Beschrijving

In tegenstelling tot de primitieve kern, die kort na 1919 grondig werd geherstructureerd rond de nieuw aangelegde Vismarkt (huidige Winderickxplein), bleef de globale structuur en configuratie van wegen- en bebouwingspatroon met een vrij intensieve, sterk aaneengesloten bebouwing van overwegend (voormalige) handelspanden langs de ‘kerkenberg’ opvallend intact. Nadrukkelijk aanwezig in het dorpsbeeld zijn de oude steegvormige secundaire- of voetwegen omlijnd door bebouwing zoals de Boonstraat (ouder tracé van de Brussel-Nijvelweg) en de Radijzengang in het verlengde van de steeg langs het Sint-Victorinstituut (oude verbinding Halleweg-Nijvelweg) of door bakstenen klooster-, school- en tuinmuren zoals de steile Kalvarieberg tussen Pastoor Bolsstraat en Witteweg, de Kloosterweg - de oude voetweg naar Rode - en aansluitend de gekasseide verbinding met de Oude Postweg. Bakstenen muren zijn ook nadrukkelijk aanwezig langs de hoofdstraten zoals in de Pastoor Bolsstraat ter hoogte van het kerkkoor en de voormalige afspanning de Rode Poort of de belijning van het oorspronkelijk bouwblok van de Zwaan langs de Brusselsesteenweg.
Kenmerkend is eveneens de voor het vroegere café ‘De Bron’ gelegen openbare bron omsloten door een hekken en bereikbaar via enkele trappen. Het water zou afkomstig zijn van de bronnen in pastorietuin en Sint-Victorinstituut.

De bebouwing zelf getuigt van een intensieve verbouw- en vernieuwingscampagne die zich tussen het midden van 19de en begin 20ste eeuw situeert. Oudere panden werden voorzien van een witgeschilderde gevelcementering, zoals het bouwblok ten zuiden van het Sint-Victorinstituut, de kleine rijwoningen ter hoogte van de grote trappen of de dubbelwoning met afgeronde kroonlijst tegenover het klooster van de 'Franse nonnen'. De 19de-eeuwse 'nieuwbouw' omvat meestal tweelaagse, soms met een mezzanino verhoogde, al dan niet bepleisterde burger- en handelshuizen. Voorbeelden van dit neoclassicistische bouwtype zijn de dubbelwoning met afgesnuit zadeldak, empiregetinte rondboogvensters en balkon langs de Pastoor Bolsstraat en ernaast, het voormalig lokaal van de parochiale verenigingen ‘Concordia’, een vrijstaand bepleisterd breedhuis met twee bouwlagen en mezzanino, hoge rechthoekige vensters en schilddak. Uit het einde van de 19de eeuw dateren de Rode Poort, een oude afspanning die in 1890 werd omgebouwd tot herberg en feestzaal en nog later tot landhuis alsook het de aanzet van de F. Deneyerstraat markerende herenhuis. Het 19de-eeuwse straatbeeld wordt nog versterkt door de aanwezigheid van het neoclassicistische oud-gemeentehuis uit 1845, het tweede gemeentehuis - een verbouwing van de oude meisjesschool van architect Spaak uit 1864 - en de volledig ommuurde voormalige jongensschool (1879), openbare gebouwen die door hun omvang en typologie de oude Postweg karakteriseren.

De begin 20ste-eeuwse inbreng, overwegend bestaand uit hoekbelijnende handelspanden en de pittoreske villa 'l’Etoile' met decoratief gebruik van geglazuurde baksteen en verspringende gevelvlakken, illustreren de picturale stijl die omtrent de eeuwwisseling onder invloed van de art nouveau in voege trad. Voorbeelden hiervan zijn het hoekpand bij het begin van de Boonstraat en de hoekpanden langs de Pastoor Bolsstraat, namelijk het momenteel witgeschilderde voormalige café ‘In de Bron’ met aangrenzende, 1908 gedateerde feestzaal en er tegenover het café ‘De Vissers’.
Naast deze beeldbepalende elementen bezit de dorpskern enkele, markante historische constructies die door hun situering, typologie en/of vormgeving nog nadrukkelijk getuigen van het verleden van Alsemberg als kerkdorp èn als druk bezocht bedevaartsoord: de Onze-Lieve-Vrouwkerk met kerkhof en trappen, herberg De Zwaan, de pastorie, de kapelaanswoningen en het klooster van de ‘Franse nonnen’.

Kerk en kerkhof waren vanouds toegankelijk via de lange trappen aan de zuidzijde en de kleine trappen aan de westzijde. De huidige lange trappen, twaalfmaal vijf treden (blauwe hardsteen en kasseien), naar boven toe versmallend en aangelegd in de aslijn van het zuidportaal dateren van 1893, zoals bevestigd door het in het straatpatroon verwerkte jaartal. Het concept is van J.J. Van Ysendijck (1836-1901), op dat moment belast met de restauratie van de kerk.De kleine trappen aan de westzijde met flankerend muurwerk en pilasters in witte natuursteen zouden uit 1751 dateren. Van de kerkhofmuur rest enkel het door pilasters gelede gedeelte ter hoogte van het koor dat in 1953 werd vernieuwd en afgewerkt met een grijze beraping.
  • BRASSINE J. 1997: Beersel. Over vijf deelgemeenten beschreven en bezongen, Sint-Genesius-Rode.
  • S.N. 1991: Beersel. Onze vijf deelgemeenten op de drempel van de 20ste eeuw, Sint-Genesius-Rode.
  • S.N. 1986: Het rekeningenboek van Jan Vandervelden, Alsemberg.
  • THEYS C. 1960: Geschiedenis van Alsemberg, Brussel.
  • S.N. 1988: 10 Generaties tussen Zenne en Zoniën, tentoonstellingscatalogus, Alsemberg.
  • VERBESSELT J. 1985: Het parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13de eeuw 19, Brussel, 245 e.v.
  • WAUTERS A. 1855: Histoire des environs de Bruxelles 10B, Brussel, 389 e.v.
Bron: Beschermingsdossier DB002198, Dorpskern Alsemberg (digitaal dossier).
Auteurs: Paesmans, Greta
Datum tekst: 2003